Originele
computermuis

Sneltoetsen: leer windows kennen met het toetsenbord zonder computermuis

Sneltoeten bieden een alternatief voor de computermuis. Bovendien zijn sneltoetsen, doordat ze toepasbaar zijn met een toetsenbord, een goede aanvulling voor de computermuis. Het vermijden van de computermuis vermindert tevens de kans op RSI Het is mogelijk om het gebruik van de computermuis te minimaliseren door de belangrijkste sneltoetsen uit uw hoofd te leren. Indien u de sneltoetsen snel onder de knie wilt hebben is het belangrijk ze regelamtig goed te oefenen. Leg de computermuis op een plek waar u niet bij kan (u zal zien dat het automatisme om de computermuis te gebruiken groot is wanneer de muis binnen handbereik blijft). Door de meest gebruikte sneltoetsen praktisch toe te leren passen zult u ervaren dat de computermuis vaak overbodig blijkt. Voor goede toetsenborden kunt u terecht bij Bol.com De volgende sneltoetsen zijn tevens handig bij het gebruik van de computer:

Sneltoetsen voor algemeen gebruik van Windows

  1. Startmenu openen/ sluiten
  2. Druk op START
  3. Programma kiezen in het startmenu
  4. Druk op de pijltjes toets onlaag/ omhoog
  5. Een submenu openen in het startmenu
  6. Druk op de pijltjes toets naar rechts
  7. Een submenu sluiten
  8. Druk op de pijltjes toets naar links
  9. Opdracht kiezen met een lettertoets
  10. Druk op START en kies een letter toets
  11. Start Configuratiescherm
  12. Druk op START, I en C
  13. Venster maximaliseren
  14. Druk op Alt + Space
    Kies Minimaliseren en druk op Enter
  15. Venster minimaliseren
  16. Druk op Alt + Space
    Kies maximaliseren en druk op Enter
  17. Venster naar vorig formaat
  18. Druk op Alt+Space
    Kies vorig formaat en druk op Enter
  19. Programma kiezen met lettertoets
  20. Druk op een lettertoets
  21. Venster openen van taakbalk
  22. Druk op START + Tab toets en druk op Enter



    sneltoetsen voor windows

  23. Alle vensters minimaliseren/ openen
  24. Druk op START + D
  25. Venster actief maken
  26. Druk op ALlt + Tab toets
  27. Venster/ programma stoppen
  28. Druk op Alt + F4
  29. Kladblok starten
  30. Druk op START Kies programma's, bureau-accessoires en kladblok. Druk op Enter
  31. Menu openen
  32. Druk op Alt en de linker/ rechter pijltjes toets
  33. Opdracht uit menu kiezen/ activeren
  34. Druk op de pijltjes toets omlaag/ omhoog en druk op Enter
  35. In (dialoog) venster naar volgend onderdeel
  36. Druk op Tab
  37. In dialoog venster naar vorig onderdeel
  38. Druk op Shift + Tab
  39. Kiezen/ selecteren uit lijst
  40. Druk op pijltjes toets omlag/ omhoog
  41. Keuze doorvoeren/ bevestigen
  42. Druk op Enter
  43. Menu openen met lettertoets
  44. Druk op Alt +letter toets
  45. Keuze in menu/ dialoogvenster met lettertoets
  46. Druk op een letter toets
  47. Keuzelijst openen
  48. Druk op F4
  49. Dialoogvenster sluiten
  50. Druk op Enter
  51. (Dialoog)venster sluiten
  52. Druk op Esc
  53. Programma sluiten zonder opslaan
  54. Druk op Alt + F4 N
  55. Pictogram kiezen/ activeren
  56. Druk op de pijltjes toetsen om naar het gewenste pictogram te navigeren en druk op Enter
  57. Naar volgend tabblad
  58. Druk op Ctrl + Tab
  59. Vinkje aan/ uit
  60. Druk op Space
  61. Verkenner starten
  62. Druk op START + E
  63. Mappen bestanden/ pictogrammen/ opties kiezen
  64. Druk op de pijltjes toetsen om te navigeren
  65. Mappen uitvouwen/ invouwen
  66. Druk op de pijltjes toets naar links/ rechts
  67. Terug naar bovenliggende map
  68. Druk op BackSpace
  69. Bestand openen
  70. Druk op de pijltjes toets omlaag/ omhoog + Enter
  71. Aaneengesloten rij bestanden/ mappen selecteren
  72. Druk op Shift + pijltjes toets omlaag/ omhoog
  73. Selectie opheffen
  74. Druk op de pijltjes toets omlaag
  75. Selectie meerder losse mappen/ bestanden
  76. Druk op Ctrl + de pijltjes toets omlaag/ omhoog om te navigeren en druk op Space
  77. Selectie alle bestanden/ mappen
  78. Druk op Ctrl + A
  79. Nieuwe map maken
  80. Druk op Alt + B + de pijltjes toets omlaag/ omhoog om te navigeren en druk op Enter
  81. Bestand of map kopiëren
  82. Druk op Ctrl + C
  83. Naam bestand/ map wijzigen
  84. Druk op F2 en Enter
  85. Map/ bestand wijzigen
  86. Druk op Ctrl + X
  87. Map/ bestand plakken
  88. Druk op Ctrl + V
  89. Map/ bestand verwijderen
  90. Druk op Delete

Sneltoetsen voor Internet Explorer en Outlook

  1. Adresbalk verkenner activeren
  2. Druk op F4
  3. Berichten naar Postvak UIT plaatsen/ sturen
  4. Druk op Alt + S
  5. Berichten verzenden/ ontvangen
  6. Druk op Ctrl + M
  7. Postvak IN bekijken
  8. Druk op Ctrl + I
  9. Bericht/ adres selecteren in kader
  10. Druk op de pijltjes toets omlaag/ omhoog om te navigeren + Enter
  11. Outlook Express starten
  12. Druk op START, P en de pijltjes toets omlaag
    Kies Outlook Express en druk op Enter
  13. Nieuw E-mail bericht maken
  14. Druk op Ctrl + N
  15. E-mail bericht lezen
  16. Druk op de pijltjes toets omlaag/ omhoog om te navigeren en druk op Enter
  17. Postvak UIT bekijken
  18. Druk op de pijltjes toets omlaag/ omhoog om te navigeren
  19. E-mail antwoorden
  20. Druk op Ctrl + R
  21. Bijlage toevoegen
  22. Druk op Alt + I + B Selecteer bestand en druk op Enter
  23. Bijlage openen
  24. Druk op Tab tot vakje Bijlage is geselecteerd en druk op Enter
  25. E-mail verwijderen
  26. Selecteer bericht en druk op Delete
  27. Starten internet Explorer
  28. Druk op Start + P, kies Internet Explorer en druk op Enter


    sneltoetsen voor internet explorer

  29. Verbinding maken met internet in venster inbelverbinding
  30. Druk op Alt + V
  31. Adresbalk selecteren
  32. Druk op Alt + D
  33. Naar webpagina gaan
  34. Typ het adres in de adresbalk en druk op Enter
  35. Naar webadres met .com gaan
  36. Typ (nl-)webadres in adresbalk en druk op Enter
  37. Naar startpagina
  38. Druk op Alt + Home
  39. Naar beneden/ boven
  40. Druk op de pijltjes toets omlaag/ omhoog om te navigeren
  41. Naar bovenkant pagina
  42. Druk op Home
  43. Naar vorig scherm/ pagina
  44. Druk op Alt en de pijltjes toets naar links
  45. Naar onderkant pagina
  46. Druk op End
  47. Pagina vernieuwen
  48. Druk op Ctrl + R
  49. Werkbalk Zoeken openen/ sluiten
  50. Druk op Ctrl + E
  51. Werkbalk Favorieten openen/ sluiten
  52. Druk op Ctrl + I
  53. Werkbalk Geschiedenis openen/ sluiten
  54. Druk op Ctrl + H
  55. Nieuw venster openen
  56. Druk op Ctrl + N
  57. Venster sluiten
  58. Druk op Ctrl + W
  59. Naar een tabblad of hyperlink gaan
  60. Druk op Tab
  61. Tabblad of hyperlink activeren
  62. Druk op Enter
  63. Naar vorige hyperlink
  64. Druk op Shift + Tab
  65. Naar ander frame springen
  66. Druk op Ctrl + Tab
  67. Muistoetsen aanzetten/ uitzetten
  68. Druk op Numlock
  69. Muispijl recht naar beneden of boven verplaatsen
  70. Druk op de 2 of 8 in het Numlock cijfermenu
  71. Muispijl diagonaal verplaatsen
  72. Druk op 1, 7, 3 of 9 in het Numlock cijfermenu
  73. Muispijl naar links of rechts verplaatsen
  74. Druk op 4 of 6 in het Numlock cijfermenu
  75. Muispijl met sprongen verplaatsen
  76. Druk op Ctrl + 1,2,3,4,6,7,8 of 9 in het Numlock cijfermenu
  77. Muispijl verplaatsen
  78. Druk op 1,2,3,4,6,7,8 of 9 in het Numlock cijfermenu
  79. Klikken
  80. Druk op 5 in het Numlock cijfermenu
  81. Schuifbalk naar rechts of links
  82. Druk op de pijltjes toetsen naar links/ rechts

Sneltoetsen voor Word 97, 2003 en 2007

  1. Een bestand openen
  2. Druk op Ctrl + O

    sneltoetsen voor word

  3. Een document sluiten
  4. Druk op Ctrl + W
  5. Naar vorig of volgend word springen
  6. Druk op Ctrl + de pijltjes toets naar links/ rechts
  7. Naar het einde van de regel
  8. Druk op End
  9. Naar het begin van de regel
  10. Druk op Home
  11. Naar vorige of volgende alinea springen
  12. Druk op Ctrl+ pijltjestoets omlaag/ omhoog
  13. Naar volgende scherm
  14. Druk op PageDown
  15. Naar vorige scherm
  16. Druk op PageUp
  17. Naar onderkant of bovenkant venster
  18. Druk op Alt + Ctrl + PageDown of PageUp
  19. Naar volgende pagina
  20. Druk op Ctrl + PageDown
  21. Naar vorige pagina
  22. Druk op Ctrl + PageUp
  23. Naar einde document
  24. Druk op Ctrl + End
  25. Naar begin document
  26. Druk op Ctrl + Home
  27. Tekst selecteren
  28. Druk op Shift + pijltjes toets naar links/ rechts
  29. Ongedaan maken
  30. Druk op Ctrl + Z
  31. Regels selecteren
  32. Druk op Shift + pijltjes toets omlaag/ omhoog
  33. Geselecteerde tekst kopiëren
  34. Druk op Ctrl + C
  35. Tekst plakken
  36. Druk op Ctrl + V
  37. Geselecteerde tekst knippen
  38. Druk op Ctrl + X
  39. Woorden zoeken
  40. Druk op Ctrl + F
  41. Stoppen met zoeken
  42. Druk op Esc
  43. Woorden zoeken en vervangen
  44. Druk op Ctrl + F
  45. Tekst wissen
  46. Selecteer tekst en druk op Delete
  47. Afdrukvoorbeeld bekijken
  48. Druk op Ctrl + F2
  49. Document afdrukken
  50. Druk op Ctrl + P
  51. Document opslaan
  52. Druk op Ctrl + S
  53. Nieuw document
  54. Druk op Ctrl + N
  55. Accenten typen: é/ è
  56. Druk op de aanhalingstekens of ~. Druk vervolgens op de gewenste letter toets
  57. Trema's typen: ë/ ê
  58. Druk op Shift + aanhalingstekens of ^. Druk vervolgens op de gewenste letter toets
  59. Aanhalingstekens typen: "
  60. Druk op Shift + Aanhalingstekens en vervolgens op Space
  61. Word starten
  62. Druk op Start + P, kies Word en druk op Enter
  63. Bestanden openen in Word
  64. Druk op Ctrl + O, druk op Tab, selecteer het gewenste bestand en druk op Enter
  65. Ongedaan maken
  66. Druk op Ctrl + Z
  67. Lettertype Arial kiezen
  68. Selecteer het woord met Ctrl + Shift en de pijltjestoets naar rechts. Druk op Ctrl + Shift + F. kies Arial met de pijltjestoets en druk op Enter
  69. Lettergrootte kiezen
  70. Druk op Ctrl + Shift + P
  71. Cursief/ niet cursief
  72. Druk op Ctrl + I
  73. Vet/ niet vet
  74. Druk op Ctrl + B
  75. Tekstkleur wijzigen
  76. Selecteer tekst. Druk op Ctrl + D. Druk op Alt + L. Kies kleur met de pijltjes toets omlaag en druk op Enter. Ga met tab naar OK en druk op Enter
  77. Onderstrepen/ niet onderstrepen
  78. Druk op Ctrl + U
  79. Regels selecteren
  80. Shift + pijltjes toets omlaag/ omhoog
  81. Geselecteerde tekst centreren
  82. Druk op Ctrl + E
  83. Alinea selecteren
  84. Druk op Shift + Ctrl + pijltjes toets omlaag/ omhoog
  85. Geselecteerde tekst rechts uitlijnen
  86. Druk op Ctrl + R
  87. Geselecteerd programma starten
  88. Druk op Enter
  89. Programma sluiten met opslaan
  90. Druk op Alt+F4+J

Sneltoetsen maken het werken met de PC een stuk makkelijker. Het ontlast uw arm in vergelijking bij het gebruik van de muis en het zorgt er voor dat u sneller en efficiënter kan werken. Opvallend is dat we regelmaat de vraag krijgen of we computer ook sneller kunnen maken. Nu is onze kennis van de hardware of het verhelpen van computerproblemen niet voldoende toereikend en behoord ook niet tot onze kerncompetenties. Als u ons een mailtje stuurt kunnen we wel kijken wie er in de buurt van uw woonplaats hier goed bij kan helpen. Een andere tip is om na te gaan of uw internetsnelheid wel afdoende is, hier blijken vaak veel ergernissen door te ontstaan. Bij Laagsteprijswijzer ziet u makkelijk welke snelheden op uw adres worden gehaald en bij u worden aangeboden door de internetproviders. Dan kunt u wellicht sneller internetten tegen de laagst mogelijke kosten. Tot slot raden we u aan ergonomisch te werken en veel tussenpauzes te nemen. Hierdoor lijkt u aanvankelijk minder hard te kunnen werken, maar dat betaalt zich op de langere termijn absoluut terug. Wanneer u geen fysieke klachten heeft en gefocust kan blijven werken zal de arbeidsproductiviteit ook omhoog gaan.